Mariskwartier

Tot en met de eerste wereld oorlog was Vlaardingen een echte vissersstad met een belangrijke haven en bijbehorende industrie en bedrijvigheid. Het gezicht van de stad werd bepaald door water en kades met touwslagerijen, kuipers, scheepswerven, zeilmakerijen. Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde Vlaardingen zich tot een echte wederopbouwstad. De naoorlogse stadsaanleg, en de sanering en vernieuwing daarna, heeft Vlaardingen tot een stad gemaakt met veel verschillende soorten schalen en bebouwing, aan de rand van een immens haven- en industriegebied.

Rond het Mariskwartier komen al deze ontwikkelingen samen. De wijk ligt in het centrum van de stad, aan de rand van de historische kern. Aan de ene kant liggen de oude woonwijken uit het begin van de 20e eeuw. Aan andere kant is er de Hoogstraat die gekenmerkt wordt door vier laagse wederopbouwpanden met winkels in de plint. Tegenover het plangebied ligt een grote parkeerplaats en de V&D. De stedenbouwkundige structuur van het gebied zelf kenmerkt zich door lange stroken met stadse rijwoningen van 2 lagen met een kap. Op de hoeken zijn er vaak verbijzonderingen in de vorm van balkonnetjes, kapverdraaiingen en erkers. De hoeken zijn afgeschuind, dat is kenmerkend voor de wijken uit het begin van de 20e eeuw. De huidige woningen in het Mariskwartier zijn verouderd, het grootste deel bestaat uit duplexhuizen met te kleine woningen. De slechte staat en de structuur van de bebouwing zorgt ervoor dat de panden moeten worden vervangen. In de nieuwe structuur komen 30 eengezinswoningen en 87 appartementen.

Om goed aan te sluiten op de omgeving en te voorkomen dat er weer nieuwe gaten in de stad geslagen worden brengen we de structuur van lange blokken terug in het nieuwe plan. De bestaande rooilijnen worden overgenomen. De rijwoningen staan in blokken met bijzonder vormgegeven hoeken. De appartementen daarentegen nemen juist de schaal over van de bebouwing aan de Cronjéstraat. De opbouw is die van drie lagen appartementen op een plint. In de plint bevindt zich op de hoek met de Gedempte biersloot een winkelruimte. Ook in de architectonische uitwerking kijken we goed naar wat de omgeving ons te bieden heeft. Voor de rijwoningen is dit baksteenarchitectuur met accenten in de vorm van metselwerkverbijzonderingen en opvallende hoekwoningen. De appartementen in de laagbouw en de toren sluiten hier op aan en nemen tegelijkertijd de schaal van de wederopbouwpanden uit de Cronjéstraat over. Vooral de betonnen balkons in de laagbouw geven het plan hier karakter.

De architectuur zoals we deze voorstellen is stoer, stedelijk en past in de buurt; enerzijds passend bij de woonbuurt uit het begin van de 20e eeuw, anderzijds vinden we aansluiting bij de jaren ’50 portiekflats in de Cronjéstraat. De architectuur is krachtig en met eenvoudige middelen. We maken gebruik van mooie materialen; een dikke, roodbruine steen en betonnen accenten. Het zijn materialen die mooi verouderen en weinig onderhoud vergen. Hier en daar schieten we uit, vallen we op. Zoals met de groene accenten, de balkonnetjes op de koppen van de hoekwoningen, de betonnen balkons van de appartementen en met de schilderijen in de etalages aan de Cronjestraat. Ze vallen op, zijn een beetje gek of mooi of prikkelend, waardoor je gaat kijken. Het plan krijgt er karakter door en dat is wat Vlaardingen hier wel kan gebruiken.

Opdrachtgever: Boele van Eesteren / woningcorporatie Samenwerking